Blufscrabblewoorden

Hoogstaande partij met anonieme blufscrabbelaar

Oefenpartij voor het WK Blufscrabble
– 2 anonieme spelers in de 3e circubluf

eiwis– straattaal voor menstruatie
zalet – zaal met minder dan tien meter lengte
luze – zingen als je denkt dat je niet gehoord wordt (je zingt een luze)
kindoe – (znw) zonder veel aandacht gemaakt, alsof het met de kin gedaan werd
gnervi – laps gnomenvolk dat leeft van rendiermos
cozit – ontstaan in Rotterdam-Zuid in arme tijden: 1 stoel werd gedeeld met 1 co-zitter. Waarschijnlijk is dit ook de oorsprong van het woord ‘cosy’.
jeg – de bewust toegebrachte slag tegen het telefoonbotje (gevorderdencursus jiu jitsu)
wanni – fantasievriendje dat jarenlang meegaat
ilp – vogelzaad dat het baltsgedrag op gang brengt: erin verwerkt zit vuurdoorn vanwege de rode kwaliteit, zwart koolzaad voor de pit en hop, vanzelfsprekend.
gep – voltooid aanvoegende wijs van gapen (als handeling in het verleden van invloed blijft op de toekomst)
jeft – raar plekje op je arm waarvan je denkt dat het kanker is maar er nog niet mee naar de dokter durft: ‘Ik heb jeft’ (aanmerkelijk korter dan: ‘Ik heb een raar plekje op mijn arm enz.’)
gonto – directe verwachting dat je iets bijzonders kunt meemaken met een persoon die je voor de eerste keer ontmoet (‘Ik heb gonto bij hem’). Jij weet wel wat dan, maar hij niet.
Troda – luxe uitvoering van Trabant, voor partijbonzen. Er staan er nog drie bij het Kremlin, verder zie je ze nooit meer.
onyde – karaktertrek van vooral meisjes: vinden alles zo mooooooi zonder te kunnen uitleggen waarom dan. Onydische jongens zie je eigenlijk nooit.
ao – afsluitende uitroep als je lang aan het woord bent geweest.
sjal – het gezellige stadium van een groep feestvierders voordat ze dronken zijn (Ik zou liever willen slapen, maar zij hebben wel gezellig sjal zeg!)
se – kruidje dat groeit in de Pyreneeen, doet het goed op de zuidenwind, wat zurig/zoutig van smaak. Gebruik het dagelijks, mits het witte laagje goed ingekookt is (dan zie je de kristalstructuur mooi)
qwip – akelig Wagenings experiment waarbij een bakje kwark gekruist werd met een kip. Dit is nog te zien in de bottenarme structuur van de kip die dan ook maar heel langzaam kan lopen en quop quop quop zegt.
aop – voertuig met driehoekige wielen (spreek uit ‘oop’)
hast – heimwee naar iets wat er nooit geweest is; een droombeeld
kenace – schortje waarin Russisch orthodoxe moeders een kruidkoek bakken als een jongeling wordt opgenomen in de kerk. In het schortje zitten drie zakjes: voor de houten lepel waarmee het beslag gekeerd wordt, voor de kenacekruiden en voor het stukje papier dat in de kruidkoek verwerkt wordt; wie dat papier met een spreuk krijgt is verantwoordelijk voor het levensgeluk van de jongeling.
wannik – je eigen fantasievriendje
noerk – enkel snurkgeluidje van een baby
vrame – ‘vrame onderneming’ is onderneming die gebaseerd is op plagiaat
chane – chic diner waarbij de gasten en/of obers op zeker moment gezamenlijk in gezang uitbarsten (spreek uit: ‘sjanee’)
gner – stam van genervi
rero – vrij saaie spaanse dans, verwant aan de bolero, steeds diagonaal stap, bijsluiten, de gevorderde rerodanser maakt elegante draaien en tempoverschil. kleuters leren de rero al. Ethymologisch: re (opnieuw) ro (spaanse term voor een diagonaal gezette dans)
bexx – kantoortaal voor een collega met een grote bek. Alleen te gebruiken achter iemand’s rug om.
nug – drab onderin wastafel, samengesteld uit tandpasta, schaamhaar en huidschilfers
emte – tijdsaanduiding voor hoe lang je ogen nodig hebben om zich in te stellen op dichterbij kijken als ze eerder verder weg keken.
feen – het palletje van het slot dat in de sponning valt
dyb – muziekstijl: heel rustige dyb-tsjah geluiden, hartritme, voor tijdens afterpartys, als iedereen zich enorm beroerd voelt van de nacht ervoor.
daheh – afscheidsritueel van marokkaans dorp (jaren zeventig, tachtig) voor als een man naar Nederland vertrekt om daar te werken. ’s Morgens wordt er gezamenlijk gedanst, in de loop van de dag wordt de man steeds verder weggetrokken, centimeter voor centimeter, van zijn vrouw, om uiteindelijk in de avond in verschillende vertrekken te zitten tot hij stilletjes het huis verlaat. De rest van het dorp blijft dan bij de vrouw om haar te ondersteunen.

In Bluftraining voor het WK 2015 vanaf augustus 2011

Tijdens de blufscrabblepartij van Yoeke en Jan, op dinsdagavond 22 augustus 2011,  ontstonden de volgende blufscrabblewoorden van Sens tot Uda – de volgorde van het spel is aangehouden bij het noteren van de woorden – :

Sens – Gevoeligheidsgraad tussen intuitief en hoog sensitief. ‘Een sense vrouw.’
Koesje – Knuffelbaar mens
Comode – Kleding die door tenminste twee couturiers is ontworpen. Misschien aardig om erbij te vertellen dat de echte modista direct kan zien of een nieuw ontwerp comode is en zo ja van welke couturiers. Maar waarom?
Ak – mythologisch dier uit de voortijd waarop de held Wim zich voortbewoog over land, water, lucht en vuur, om de Wadden te vormen
Rander – oud ambacht uit de krantenwereld: kaderranden aanbrengen met loodzetsel
Capeden – Japanse conifeer die groeit in de vorm van een cape. Leuk om te weten is dat ook het wortelstelsel capevormig is, al zie je dat natuurlijk niet.
Klanters – Middeleeuwse ‘buitendienstmedewerkers’ die voor een derde langs de deuren gingen om klanten te werven, bijvoorbeeld voor deelname aan een toernooi of het voorproeven van koninklijke gerechten.
Qibonk – aantrekkelijke man die misschien niet knap is om te zien maar wel veel energie (qi) uitstraalt.
Hartwen – vertrouwd gevoel tussen partners die al jarenlang samen zijn
Venade – ode aan de vagina (klassieke dichtvorm)
Zwilf – romantische weemoed, mijmeren over zwijmelarij: ‘Het meisje staarde al urenlang zwilf voor zich uit na haar eerste schoolbal.’
Lyam – culinaire variant op ‘nerd’: jong mens dat lyrisch kan worden van bijzondere gerechten en vrienden lastigvalt met het opsommen van recepten.
Heneter – politiek getinte zelfgekozen term voor bewuste eter: geen plofkippen maar echte hennen worden geconsumeerd.
Jetening – verloren gegaan ritueeltje rond het besluit elkaar jij en jou te noemen (Franse term is ‘tutoyeren’, maar die hadden daar geen ritueeltje voor. Jammer).
Monotut – vrouw die maar door blijft zeuren over haar favoriete onderwerp
Oxure – buffet met acht gerechten
Vo – vloek of verwensing die uit is gesproken door de partner van een tovenaar of sjamaan
Pule – draad die uit kapotte trui of lingerie getrokken is in de was en zich om de hele was heen heeft gekronkeld
Tif – de ‘tif’ in hebben: erg geirriteerd raken door een technisch probleem dat met grafische bestanden te maken heeft
Deg – AFGEKEURD – basismateriaal, klomp metaal, waar degen van wordt gewalst
Goeg – geroezemoes in een gezelschap waar een roddel wordt gestart: ‘Ik heb de goeg al over je gehoord…’
Ri – Oude driehoekige Javaanse munt van kokosbast die nooit in omloop is gekomen door toedoen van de kolonialisten
Uda – oernanny, Afrika: ‘Terwijl de mannen jagen en de vrouwen graan stampen redt de Uda een van de dorpskleuters uit de klauwen van een tijger.’

 

29 reacties op “Blufscrabblewoorden

  1. Geblufscrabbeld met speciale opdracht: Achterhoeks reluderen.
    Hier de score.

    Lumine – toestemming om zomaar onaangekondigd via de achterdeur bij iemand binnen te lopen – vooral in ontkennende zin gebruikt zoals ‘ik heb daar geen lumine voor’ of ‘ik heb jou daar geen lumine voor gegeven’

    Zosse – een gemoedelijke, minder rauwe variant op höken – ‘we gaan vanmiddag een potje zosse’

    Joap – beurse plek of schram op het onderbeen, opgelopen tijdens een potje voetbal bij de Graafschap. Gaat meestal vanzelf weer over

    Zeex – plek in het oosten van het land, ver weg van de zee, waar bewoners zeer trots op zijn

    Raapsent – een gratis ruilmiddel dat je op je pad vindt als je het nodig hebt

    Harpelen – Twijfelachtig communiceren met veel aarzeling en uitstel

    Breduhrer – Een breedschuddende logge landbouwmachine die veel herrie maakt en waarvan het nut iedereen ontgaat

    Moiske – Klein kampeerhuisje op het erf

    Sjofloer – Iemand die met alle winden meewaait

  2. Kenuftex, een karaktereigenschap of gemoedstoestand, ‘ik voel me vandaag zo kenuftex’, ‘Zij is zo ontzettend kenuftex’.
    Kenuftex wil zeggen ‘eigenheid’ en ‘originaliteit’, welke zich kenmerkt door ‘creativiteit’, ‘vindingrijkheid’ en ‘mentale flexibiliteit’. Een persoon die te omschrijven is als ‘kenuftex’, is ook bereid ‘outside the box’ te denken, neemt risico’s en kiest veelal voor onconventionele ideeën en inzichten.

  3. En die uit de Lelystadse kerstleg:

    dinkel – ondefinieerbaar voorwerp van blik
    dinkelbroden – broden waarin zich ondefinieerbare stukjes blik bevinden (met alle toepassingen van dien)
    deegdoos – doos waarin je deeg voor brood bewaart (denk aan Herman)
    sneuts – als preuts; schaamte om de neus te snuiten in het openbaar
    sneutsvakje – vakje in handtas of oksel van de trui, om toch onopvallend de neus in te kunnen snuiten
    hijhier – aanduiding voor iemand die onuitgenodigd op een feestje is verschenen
    heensweu – dubbel-weduwe
    dzjupten – van het werkwoord dzjuppen; slepende beweging met de pootjes van een inmiddels uitgestorven vogeltje
    voyele – mooivallende stof; “een voyele jurk”
    voyelebij – bij die zich graag nestelt in voyele jurken
    panigom – bruidegom met koude voeten
    vieet – dieet voor ouderen van dagen
    vieetwraq – ouderen van dagen die er niet op vooruit zijn gegaan door hun dieet
    parcune – wraakgevoelens nadat een parkeerplek voor je neus is ingepikt door een ander
    parcunesex – goedmaaksex door degene die je parkeerplek inpikte
    floenzen – voortdurend fronsend loenzen (aangeboren afwijking)
    koed – samentrekking van “goed kut”
    hekgod – een beschermgod van hekwerken, bekend onder de naam Heras
    felanin – middel om zin in fellatio op te wekken (vnl. bij de uitvoerende partij)
    felanine – hormoon dat wordt aangemaakt bij fellatio
    tyrede – redelijke tirade
    gyriet – harde stukjes uit gyrosvlees
    veekwijl – algemene term voor dierlijk kwijl
    neonveekwijl – veekwijl, specifiek van lichtgevende dieren, bijv. gevonden rondom Fukushima; heeft zijn toepassing in de Japanse cosmetica-industrie
    bemeler – functienaam uit de bakkerijbranche
    banei – ei dat door vogelouders zelf uit het nest wordt gegooid
    eibade – lofzang op een ei
    snep – aandoening waarbij spontaan de linkernekspier knapt
    smoespan – middel in dubieuze opvoedingspraktijk; pan op tafel, waaruit het kind een knikker mag halen, wanneer diens leugen is ontdekt
    versmoespan – speciale pan met datumteller voor het bereiden van verse moezen
    kneup – betiteling voor iemand die zijn biljartkeu niet goed vast kan houden
    exzet – na een verbroken relatie teruggaan op een vorige ex
    qrodzat – het zat zijn van iets ouds, bijv. woonruimte of mobiele telefoon
    toonhout – stuk hout dat, wanneer aangeslagen of -geblazen een toon voortbrengt
    calute – uit het frans; als troeteldier in huis genomen aangereden eend

  4. De beste woorden uit het spontane dooppotje met onze buren:

    zweefpad – door kwajongens met helium opgeblazen pad
    pelsheid – eenheid waarmee wordt uitgedrukt in hoeverre een dier geschikt is voor de productie van bontjassen
    trombed – rond bed waarin een professionele trommelaar zijn trommel opbergt
    ecotin – milieuvriendelijker tin, omdat bij productie minder CO2 vrijkomt
    draafmoe – conditie van renpaarden na jarenlang gebruik
    draafmoeke – huismoeders die voortdurend achter hun kinderen aanrennen
    neegat – voorloper van de naughty-corner; gat in de achtertuin waar kinderen die alleen maar nee zeggen ingaan om na te denken
    inbij – bij in de bijenkorf die liever binnenblijft en nietsdoet
    wuurs – boos en bezorgd tegelijk zijn (“wat ben je laat thuis! zit ik hier een beetje wuurs te wezen!”)
    seynd – oudhollands dialect voor “is geweest”
    goxor – leetspeak voor (internet-)gokker
    nega – ex waarmee je getrouwd bent geweest
    wentante – tante waaraan je kan wennen wanneer je bent geadopteerd, in aanloop naar het leren kennen van je biologische familie
    zolm – oomsrelatie binnen de zalmfamilie
    maars – minder bekende ondergrondse rivier, onder de maas, waar zolmen zwemmen
    ku – afgerichte haan, die minder kukelt
    pisvel – jarenlang niet gewassen voorhuidsvelletje
    nelen – héél lang praten (ouwenelen is als het ook nog eens nergens over gaat)
    eekgom – gom gewonnen uit de schors van de eikenboom

  5. Van het ‘vunzige bord’ dat tegelijk met de finale van het Blufscrabble-toernooi werd gespeeld, de volgende taalverrijkingen:

    vusgika – vrouw die naar de discotheek gaat om met niet minder dan twee minderjarige jongens huiswaarts te keren
    dootied – man die in bed twijfelt of hij zijn vrouw zal nemen of niet
    rukdas- das van sterk absorberend materiaal, onmisbaar kledingstuk waarmee masturberende mannen in het bos hun handen afvegen
    vrunt- vrouw met bindingsangst
    funex – ex waar je nog lol mee hebt maar geen seks
    vitohbagi vitale bruinogige man op een paard die met een lasso vrouwen vangt
    prans- transseksuele prins, die wanneer hem gevraagd wordt naar zijn ‘ombouw’ van de prans geen kwaad weet
    quazen: een vrouw net zo lang tussen de tenen likken tot zij klaar komt
    aprans – op een onverwacht moment (de beste dingen in de seks gebeuren op een onverwacht moment)
    kryer: man of vrouw die met een hoge gil klaarkomt
    sijhen – Amsterdamse bijvrouw (zowel gebruikt als: “mag ik je sijhen sijn?” als “Wil ij mijn sijhen sijn?”
    zpermade – Russische limonade met als basisingrediërnt sperme (uitspraak ook op zijn Russisch)
    veegcol: vrouw die na de seks meteen met (zak)doekjes in de weer gaat
    ezpermade – bedorven spermade
    skaaf – meisje dat in dansgelegenheden tegen mooie mannen aanrijdt (wanneer de mannen gaan meerijden, wordt het schuren)
    teneelen – seks hebben in openbare ruimten (zoals een steegje) met instemmende (meegenietende) toeschouwers
    weeekont – uitgewoonde homokont na een wilde nacht
    wencken – het verliezen van het contact met het lid tijens het masturberen, bijvoorbeeld wanneer teveel olie is aangebracht of men een onrustige hand heeft
    dreug – een vrouw die het heel lang niet gedaan heeft
    toma – een betjaarde nymfomane
    lobod – iemand die op een doortrapte manier iemand probeert binnen te lokken om seks aan he,/haar iop te dringen
    hedost – hyperdandy die zich hult in op maat gemaakte leren pakken en borsalino. Licht grijzend aan de slapen. Wordt rondgereden in een Jag en vliegt naar Milaan voor aanvulling van zijn garderobe

    • Overigens werden in het potje daarvoor ook enkele ranzige woorden genoteerd

      fluipsex – Bevruchting door het spugen van mannenzaad op het vrouwelijk geslachtsdeel.
      vengheld – held in het betere vingeren (vengen is de overtreffende trap van vingeren)
      sjebst – Iemand die zonder vragen de tong in de mond van een ander steekt.
      bwefman – Man die zo lang beft tot zijn tong verbrand is.
      zyndette – Een pronte vrouw die zinderend een man berijdt. Eventueel met laarzen aan.

  6. En toch nog even één oefenpotje, in de aanloop naar zaterdag. De mooiste antilexicale vondsten van vanavond:

    kegelzym – lichaamseigen enzym dat na extensief alcoholgebruik kegels afbreekt
    fn – onomatopee voor het met één stoot ledigen van één neusgat
    zaltan – gedoodverfde troonopvolger van een sultan
    schobbe – noodschep voor het hozen van een middelgroot schip, wanneer emmers om welke reden ook niet voorradig zijn.
    japdeuk – deuk in het zelfvertrouwen door jarenlang rijden in auto’s van japanse makelij
    zmieren – moeite hebben met loskomen op de dansvloer
    hindex – indicator van het aantal hindes, na telling
    oersnot – snot dat al van voor de geboorte aanwezig is in de neus van elk mens
    beknord – als betoeterd, in de context: “ben je helemaal beknord?”
    shaggen – van bil gaan in een stevig behaarde oksel
    larfef – de ‘f’ uit ‘larf’ (vgl. “zalmem”)
    swinty – uit het surinaams voor bijzonder knappe hardloper
    ot – eet in dubbel-verledentijd: ik eet, at, ot
    jasgeit – geitensoort die zo taai is, dat er alleen jassen van gemaakt wordt
    montase – lichaamseigen stof van een editor (film), die tijdens het montageproces wordt omgezet in montose
    chnade – de drie dagen na chanukah, wanneer het teveel aan vet eten moet worden verteerd

  7. De mooiste resultaten uit de Amsterdam-/Utrechtse oefencompetitie van hedenavond, op tebaflaische volgorde:

    zeemwoen – doffe waas die achterblijft na te lang doorzemen
    weus – drents fabelfiguur: bosbewoner, ontbijt met mollen met kinderteentjes als toetje
    vovelen – besmuikt uiten van een prille verliefdheid: “om elkaar heen vovelen”
    sweg – opgedroogd vuil, achtergebleven rondom het doucheputje
    roertens – van “ontroerd”, in de context “tot roertens toe”
    ledslijm – natuurlijk slijm van kikkers dat gebruikt wordt om ledlampjes gladjes in hun fittinkjes te laten glijden (geeft bovendien de limburgse brulkikker bestaansrecht (werd in het verleden afgemaakt omdat hij kleinere kikkertjes opeet))
    hyenaui – uienras waarbij één ui zorgt voor de kleine uitjes van de buren (omdat die er zelf niet voor kunnen zorgen)
    grerd – drab die wordt uitgeplast na de vergruizing van nierstenen
    gonauten – top van de top in de Japanse Go-competitie
    gleudstand – stand die lijkopbaarders bijhouden tijdens het gleuden
    gleud – lijm waarmee lichaamsopeningen worden dichtgelijmd vóór het opbaren van een overledene
    focci – Italiaanse koffie verkeerd
    deephobben – geleend uit het Engels: diep door je knieën dansen, op blote voeten
    curadote – instant-geneesmiddel: direct en definitief van je ziekte af
    bredelen – zonder gêne bedelen
    besnoken – voltooid deelwoord van besnuiken: gluiperig besodemieteren
    bekonten – inwijdingsritueel voor nieuwe kopieerapparaten
    behahaat – tweede persoon enkelvoud van behaha’en: iemand cynisch toelachen

  8. Ons blufscrabble-spel van 5 oktober 2011 bracht de volgende man-types aan het licht:

    #Wrel Goddelijke neger van 1.95. Hij kookt net zo lekker als zijn moeder. Kleuterleider.
    #ratinl wolf in schaapskleren. Blauwbaard die zijn vrouw vernedert en gevangen houdt
    #Folcx Hippe DJ waarvan iedereen denkt dat hij een player is maar hij woont nog bij zijn moeder
    #Zuelah Man die totaal aanwezig is. In de dans laat je je volledig meevoeren en weet je niet waar je bent
    #Hemiv Extreem oraal ingestelde man. Laat vrouwen flauwvallen van genot. Leuk voor een maand.
    #Nennke Geitewollensokken tantraman. Proper en niet echt boeiend.
    #Tea Gereformeerde man halverwege transitie naar vrouw. Kleed zich in lange rok en wijde blouse. Cup C.
    #Snekr man die op receptie of andere publieke gelegenheid ineens ongewenst zijn tong in je mond stopt
    #Foern. Traditionele Friese boer in blauwe overal. Heeft dit stille water diepe gronden?
    #Remdi Is een stuk minder stoer dan hij er uitziet. Je zou willen dat hij zich eens echt liet gaan.
    #heeeeeeet man met zoveel seksuele energie dat je al klaarkomt als je hem in de ogen kijkt
    #Jipi Man boordevol levensenthousiasme die tijdens zijn hoogtepunt net iets te hoge gilletjes geeft
    #stoebeng. Sexy man met lang haar en spierballen. Je wilt hem, maar hij laat je niet binnen.
    #Tjang Aziatische ogenschijnlijk expressieloze man die in slaapkamer wild, teder & hartstochtelijk blijkt
    De #Qin. Maori opperhoofd. Tribal ‘tank’ met tattoos. Bevrucht de kudde.
    #dugsdo iedereens beste vriend, niemands lover. Zou voor je door het vuur gaan maar mist sexappeal
    #Syrth IJslandse wildeman met goddelijk lijf van het houthakken. Woont aan rand van bos in een Yurt.
    #Wabzt. Gamer met overgewicht. Maagd.
    #DIVANI Is hij een gelikte player of zou hij liever een vrouw willen zijn?
    #spaggi Broodmagere mediterrane man. Lang en dun op alle fronten
    #Qoeg man in hoek cafe met een te dikke buik onder een wit tshirt vandaan& iets te penetrante zweetlucht

    • De Mannen Blufscrabble variant! Wat een rijkdom. Dank, Caroline, heel inspirerend.

    • Caroline wat heerlijk! Ben nu al benieuwd wat voor blufscrabble-thema onze fantasiewereld volgende keer naar ongekende realmen van magie doet indalen! 3 keer 3 woordwaarde= 9 amusementswaarde

  9. Vie – Term van ouder zusje voor baby broertje. Te diplomatiek om “vies” te zeggen. Om de kwijltjes en de snottebellen te beschrijven. Term al 33 jaar in de familie gebruikt. (Er zijn – of er zijn weer- nog kwijltjes en snottebellen in onze familie-omgeving)

  10. tiecap- een van oorsprong Engels woord voor een dekseltje van emaille dat geplaatst wordt op de theelblaadjes ter voorkoming van uitdroging.
    jazeg – Zuidafrikaanse ambtenaar van de burgerlijke stand.
    Kriets – een beetje chagrijnig

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *